Orgel
Elektrisch orgeltje
Begin jaren zestig van de vorige eeuw wordt besloten om een nieuw orgel aan te schaffen. Vanaf de opening van de kerk in 1957 werd er gespeeld op een elektrisch orgeltje dat zijn beste tijd had gehad. In 1962 wordt in Ons Aller moeder, de voorganger van Het Kontaktblad, al melding gemaakt van het orgelbouwfonds. De commissie die zich daarmee bezighoudt heeft een aantal acties bedacht waarmee zij geld willen ophalen. De eerste is een landelijke balpennenverkoop. De landelijk jongens- en meisjesverenigingen worden gevraagd om balpennen te verkopen en de opbrengst zal gedeeld worden. De kerk zou dan fl.0,40 per balpen overhouden. Daarnaast vragen zij mensen een schenking voor het nieuwe orgel te doen. Iedereen die wat schenkt krijgt als beloning een klein orgelpijpje.Zo spaarde de gemeente om het nieuwe orgel te betalen. De kosten hiervoor, ongeveer fl.35.000, worden gedeeltelijk opgehaald door het houden van een bazaar. In 1964 wordt in het decembernummer van Ons Aller Moeder de hoogte van het orgelbouwfonds tot dan toe bekend gemaakt: fl.23.000. Na anderhalf jaar was er dus al een substantieel bedrag opgehaald.
Firma Blank
Het orgel is gebouwd door de Firma Blank uit Utrecht. Bij de keuze van het orgel is Frans van Tilburg, organist in onder andere Gorinchem en Sliedrecht, adviseur geweest. Het klavier van het orgel heeft twee rijen toetsen: één voor het hoofdwerk en één voor het bovenwerk. Naast de basistonen die gemaakt worden na aanraken van de toetsen, die Pretstant worden genoemd, hebben zowel het hoofdwerk als het bovenwerk een aantal registers. Ze onderscheiden zich door de vorm en de lengte van de pijpen, waardoor ze allemaal hun eigen klank hebben. Het bovenwerk heeft hogere tonen dan het hoofdwerk.Registers
De volgende registers zijn te bespelen met het hoofdwerk:
- Roerfluit 8 voet
- Gemshoorn 4 voet
- Mixtuur (een vulstem)
- Holpijp 8 voet
- Roerfluit 4 voet
- Gemshoorn 2 voet
- Quint 1 1/3 voet
- Sexqualter (een vulstem)
Het hoofdwerk, bovenwerk en de pedalen hebben allemaal een eigen installatie die voor de lucht zorgt om de toon aan te blazen: de windladen. In het orgel zijn koppelingen aangebracht zodat er met één klavier twee windladen te gelijkertijd kunnen worden bespeeld. Daarnaast kan er gekozen worden om tremulant toe te passen op het bovenwerk. Dat betekent dat er in de luchtstroom naar de pijpen toe een schommeling teweeggebracht wordt waardoor de klank zangerig wordt. Deze techniek werd vroeger gebruikt om de menselijke stem na te bootsen.
Op zaterdag 6 maart 1965 wordt het nieuwe kerkorgel in gebruik genomen. Om 20:00 uur wordt er een kerkdienst gehouden om het nieuwe orgel in te wijden. Organist die avond is adviseur Frans van Tilburg. Hij speelt onder andere stukken van Bach en Händel maar ook door hemzelf geschreven orgelstukken. Het Gereformeerd kerkkoor ‘Com nu met sangh’ verleent ook haar medewerking aan de avond.
terug